Sensorische Informatieverwerking


  • Sensorische informatieverwerking.

    Hieronder staat een korte uitleg over wat SI, sensorische informatieverwerking, inhoudt en waar men meer informatie hierover kan vinden.

    Vanaf eind maart bieden wij tevens begeleidingstrajecten met behulp het ‘Sensory Profil model van W. Dunn’ aan.
    Daarnaast kunt u altijd bellen of mailen naar ons met vragen of vermoedens van een kind met sensorische informatieverwerkingsproblemen. Wij kunnen  aan de hand van vragen een eerste indicatie stellen.

    Wat is Sensorische Informatieverwerking?

    Sensorisch betekent zintuiglijk. Onze zintuigen geven informatie die wij nodig hebben om te kunnen overleven en te kunnen functioneren in het dagelijkse leven. We moeten ons veilig voelen en ons kunnen aanpassen aan de steeds wisselende omstandigheden. De zintuigen ontvangen informatie van zowel binnen als buiten ons lichaam. Als we het over zintuigen hebben denken we meestal aan de ogen, de oren, de reuk en smaak, de tastzin. Heel belangrijk zijn echter ook onze verborgen zintuigen: het evenwichtsorgaan, het gevoel uit de spieren en gewrichten en het gevoel vanuit onze inwendige organen. Bij activiteiten gebruiken we diverse zintuigen tegelijkertijd. De informatie die via de zintuigen binnenkomt komt samen in het zenuwstelsel en dit zorgt er voor dat de informatie goed wordt verwerkt. Zo weten we steeds wat er in ons lichaam en in de omgeving aan de hand is, en kunnen we daar adequaat op reageren.

    Een voorbeeld: als je het stoplicht op groen ziet springen stap je weer op de fiets om door te rijden; je gaat naar de wc als je voelt dat je een volle blaas hebt. De zintuigen spelen ook een belangrijke rol in het regelen van de activering en alertheid.

    Activering en alertheid

    Voor iedere activiteit die we doen hebben we een bepaald niveau van activering nodig, passend bij die activiteit. Via zintuigprikkels kunnen we invloed hebben op de activering. Iedereen kent zintuiglijke prikkels die rustig maken, of juist actief, of die er voor zorgen dat wij op essentiele momenten niet in slaap vallen.

    Een voorbeeld is het naar huis rijden na een vermoeiende dag. Iemand die in de auto in slaap dreigt te vallen zet de radio hard aan (gehoor), snuift een scheutje eau de cologne (reuk), neemt kauwgom (beweging, mondactiviteit), zuurballen (smaak) of stopt om even flink te bewegen. Ieder mens heeft zijn eigen voorkeur voor het gebruik van zintuiglijke informatie in het regelen van de activering en alertheid.

    De ontwikkeling van de zintuigen

    De ontwikkeling van de zintuigen begint al tijdens de zwangerschap in de baarmoeder. De zintuigen maken een eigen ontwikkeling door maar werken niet afzonderlijk. Ze beinvloeden elkaar en zullen uiteindelijk als een geheel moeten functioneren. Een voorbeeld: in een hard optrekkende auto zie je aan de omgeving dat je vooruit gaat, maar tegelijkertijd voel je ook dat je beweegt (evenwichtsorgaan) en dat je in je stoel wordt gedrukt (tast en spier- en gewrichtsgevoel). Wanneer deze zintuiglijke informatieverwerking goed verloopt kun je op een doelbewuste en doelgerichte manier reageren. Een kind waarbij dit proces niet goed verloopt kan veel minder adequaat reageren op zintuiglijke informatie vanuit zijn omgeving of vanuit zijn eigen lichaam. Dit kan problemen geven met allerlei activiteiten in het dagelijks leven. Dit noemen we zintuiglijke informatieverwerkingsproblemen.
    Hoe herken je problemen in de sensorische informatieverwerking?

    De manier waarop we op zintuiglijke prikkels ervaren en er op reageren verschilt van mens tot mens. We zijn uniek in de manier waarop we prikkels verwerken, zonder dat we ons dat altijd realiseren We zijn in staat om belangrijke en onbelangrijke informatie van elkaar te onderscheiden en we kunnen daardoor de informatie die belangrijk voor ons is adequaat gebruiken. De zintuigen informeren en helpen ons de hele dag door om doelgerichte en doelbewuste reacties te kunnen geven.
    Bij sommige kinderen verloopt de verwerking van informatie die vanuit de zintuigen binnen komt niet zo vanzelfsprekend en soepel als het eigenlijk zou moeten. Zij nemen informatie rommelig waar, ervaren prikkels sterker of juist minder sterk dan hun leeftijdsgenootjes. Binnenkomende informatie wordt niet goed aan elkaar gekoppeld. De samenhang tussen hersenen en gedrag is erg sterk. Omdat een kind met sensorische informatieverwerkingsproblemen een minder georganiseerd brein heeft is een groot deel van zijn gedrag dat ook.
    Om in de grote verscheidenheid van problemen die kunnen ontstaan orde te scheppen is er een onderverdeling gemaakt in:

    Sensorische modulatieproblemen

    De manier waarop het kind binnenkomende prikkels reguleert. De term modulatie wordt gebruikt om datgene te beschrijven wat de hersenen met de sensorische informatie doen. Bij modulatie wordt de toevloed van sensorische informatie in het centraal zenuwstelsel onmiddellijk aangepast en uitgebalanceerd. Het ene kind reageert op bepaalde zintuiglijke informatie te weinig (onder responsief), het ander kind juist teveel (over responsief).
    Bij een te sterk ervaren van en reageren op tastprikkels (over responsief) kan een kind negatief en emotioneel reageren op lichte en goed bedoelde aanrakingen ,zoals b.v. een aai over de bol van de leerkracht. Deze kan als pijnlijk worden ervaren en een boze reactie zoals schoppen,slaan of bijvoorbeeld schelden tot gevolg hebben. Het kind wijst de aanraking af. Voor de leerkracht is die reactie onbegrijpelijk als hij niet weet dat het kind problemen heeft in de verwerking van tastprikkels… Het kind krijgt op zijn kop en trekt zich terug om te voorkomen dat hij nog eens wordt aangeraakt. Hij houdt andere kinderen uit de buurt en zet de volgende dag zijn pet maar weer op in de klas!
    Bij een onvoldoende ervaren van en reageren op tastprikkels is een kind zich vaak niet bewust van zijn vieze gezicht, handen of kleren en merkt soms een aanraking niet op. Het kind neemt niet waar hoe dingen aanvoelen en laat vaak voorwerpen vallen.
    Bij een te sterk ervaren van beweging en balansprikkels vermijdt het kind beweging en onverwacht bewogen worden. Het is onzeker of bang om zijn evenwicht te verliezen, Houdt zijn voeten op de grond. Wordt gauw wagenziek.
    Bij een onvoldoende ervaren van beweging en balansprikkels merkt het kind niet dat hij bewogen wordt of dat hij valt en heeft onvoldoende opvangreacties bij het vallen. Het kind komt meestal niet uit zichzelf in actie, maar als dat een maal het geval is kan hij een hele tijd schommelen en draaien zonder duizelig te worden
    Sensorische discriminatieproblemen

    Het kind kan de ene binnenkomende prikkel moeilijk van de andere onderscheiden.

    Bijvoorbeeld:
    Moeder roept vanuit de keuken de TV uit te zetten. Voor het kind klinkt haar stem net zo hard als de tikkende klok, het geluid van de televisie en de voorbij rijdende auto’s buiten. Ondanks goed werkende oren en de wil om te luisteren zet het kind toch de TV niet uit. Als het zenuwstelsel de stem van de moeder niet al belangrijkste prikkel herkent en verwerkt kan het kind niet kan reageren met de actie: TV uitzetten zoals leeftijdsgenootjes wel zouden doen. Het kind reageert niet met actie op de stem. Zijn moeder denkt wellicht dat hij niet wil luisteren en loopt teleurgesteld en met irritatie naar de kamer om de TV dan zelf maar uit te zetten. Het kind reageert verbaasd want is zich van geen kwaad bewust. Ze weet niet dat hij problemen heeft met de discriminatie van gehoorsprikkels…

    Sensomotorische problemen

    Sensorisch betekent zintuiglijk, motorisch gaat over het bewegen. Er is een duidelijke relatie en samenspel tussen zintuigen en bewegen. Het kind vindt het moeilijk bewegingen goed te organiseren, te plannen en/of uit te voeren. Daar kunnen veel verschillende oorzaken voor zijn. Een van de mogelijkheden is dat de sensorische/ zintuiglijke informatie op een inadequate manier wordt verwerkt, waardoor er in de hersenen en het ruggenmerg moeilijker patronen opgeslagen en gereproduceerd kunnen worden. Daardoor is het voor een kind moeilijker om tot een doelgerichte bewegingsactiviteit op te komen.
    De leraar in de klas omschrijft dat zijn leerling goede spieren heeft en alle bewegingen wel zou moeten kunnen uitvoeren maar dat het er slordig en onhandig uitziet. Met name als er toestellen worden gebruikt weet zijn leerling niet wat hij er mee moet en op welke manier. Zijn leerling botst soms tegen toestellen die in de ruimte staan aan en de leraar twijfelt eraan of het kind wel diepte ziet. Dat blijkt echter geen probleem te zijn. Sensorische Informatieverwerking is nodig om een goede sensomotorische actie te kunnen bedenken, plannen en uitvoeren. In deze situatie betekent het dat informatie vanuit bijvoorbeeld de ogen (waar staat het toestel, hoe ver van mij vandaan) gekoppeld moet worden aan prikkels uit het evenwichtsorgaan (hoe snel beweeg ik en hoe bevind ik mij in de ruimte, is er een evenwichtsverstoring?) en aan de spieren en gewichten ( hoe sterk moet ik mijn spieren aanspannen, hoe pas ik mijn spierspanning aan, aan een evenwichtsverstoring) om de beweging op het toestel uit te kunnen voeren.
    Sensorische Informatieverwerkingsproblemen komen in allerlei gradaties voor, van heel licht tot zwaar, en zijn per kind verschillend. Ieder kind is immers uniek! Ook kunnen deze problemen voorkomen naast andere stoornissen zoals ADHD (aandachtprobleem met hyperactiviteit), autisme of spraak/taal problemen. Het onvermogen van kinderen om soepel te kunnen reageren op prikkels door problemen in de sensorische informatieverwerking is niet door niet willen maar door niet kunnen! Het doet recht aan het kind deze problemen tijdig te (h)erkennen zodat er hulp en begrip komt voor de problemen die het kind daardoor ondervindt.

    Voorbeelden

    Hieronder een nog aantal voorbeelden van het gedrag dat een kind met sensorische informatieverwerkingsproblemen kan laten zien:

    Bij problemen met aanraking: Raakt van streek tijdens verzorging ( b.v. vecht of huilt tijdens knippen van het haar, wassen van het gezicht, knippen van de vingernagels) Vermijdt lopen op blote voeten vooral in zand Vertoont de ongebruikelijke behoefte om bepaald speelgoed,oppervlakken of structuren aan te raken ( b.v. voortdurend voorwerpen aanraken) Raakt mensen en voorwerpen aan Krimpt ineen als hij op een vriendelijke manier wordt aangeraakt Heeft een overdreven behoefte om bepaalde oppervlakken, texturen aan te raken

    Bij problemen met beweging en balans: Wordt angstig als zijn voeten van de grond komen Is bang voor hoogtes en om te vallen. Heeft een hekel aan liften of roltrappen. Heeft een hekel aan activiteiten waarbij zijn hoofd ondersteboven hangt. Geniet juist van draaimolens en snel rijden en draait graag in de rondte. Gooit zichzelf voor de grap op de grond, tegen de muur of tegen anderen aan.

    Bij problemen met visuele prikkels: Is snel afgeleid door visuele prikkels. Knippert veel bij fel licht. Problemen met oogcontact.

    Bij problemen met auditieve prikkels: Negatieve reactie op onverwachte/ harde geluiden. Houdt handen over de oren om deze te beschermen tegen geluid. Is snel afgeleid door geluiden in de omgeving. Kan niet werken als er achtergrondgeluiden zijn. Reageert niet wanneer zijn/haar naam geroepen wordt, maar je weet dat het gehoor in orde is. Geniet van vreemde geluiden, maakt graag harde geluiden.

    Bij problemen met smaak en geur: Eet alleen voedsel met bepaalde smaken en beperkt zich tot voedsel met een bepaalde structuur/temperatuur. Toont sterke voorkeur voor bepaalde geuren en smaken, kauwt of likt aan niet eetbare voorwerpen.
    Wat is er aan te doen?

    Kinderen met SI problemen kunnen worden aangemeld bij Ontdek Autisme. Na aanmelding zullen we eerst bekijken wat er precies aan de hand is. Er zullen testen en observaties worden gedaan en ouders of verzorgers zullen meestal ook gevraagd worden een lijst in te vullen. Desgewenst kunnen ook de school of andere hulpverleners bij de behandeling worden betrokken. Hierna komt er een begeleidingsplan op maat, waarbij het kind, Ontdek Autisme,  ouders en anderen bij betrokken kunnen worden.
    Er kan samen met ouders en kind gekeken worden welk Zintuiglijk Activiteiten Programma (ZAP) voor het kind zinvol is, zodat hij of zij ook thuis kan profiteren van een andere benadering. Over het algemeen wordt de begeleiding op een speelse manier aangeboden. Het kind heeft inbreng in de activiteiten, en kan zo ook laten zien wat het wel kan.

    Bron: https://www.nssi.nl